Column | Slow shopping

Winkelgebieden veranderen en dat is volgens Arjan van den Born een goed teken voor de creatieve industrie. In de binnensteden komen  langzaam maar zeker nieuwe slow shopping concepten op waar creatieve en ambachtelijke ondernemers werken, verkopen en samen klanten trekken.


Column door Arjan van den Born

Dat het niet crescendo gaat in de creatieve industrie zal velen genoegzaam bekend zijn. De bezuinigingen treffen kunst en cultuur hard, de niet aflatende digitalisering heeft een enorme impact op media, entertainment & design, de bouwcrisis raakt de architectuur en de algehele laveloze staat van de economie raakt ons allemaal. De creatieve ondernemer, hetzij een freelancer of een eigenaar van een klein bureau, heeft het helemaal moeilijk; in een tijd met minder belangstelling voor creativiteit is het immers lastig om de weinige kansen te zien en te benutten.

Toch is er ook licht aan de horizon voor creatieve ondernemers. Al is de stip soms nog ver. Juist in deze tijd waarin de oude vertrouwde patronen niet meer werken zijn er grote kansen. Niet alleen voor wereldburgers (door globalisatie) en de zogenaamde digital natives die zich bezighouden met games en apps, maar ook voor de meer traditioneel ingestelde creatief. Want in de afgelopen vijf jaar is er een sterke tegenkracht ontstaan waarin juist de behoefte aan lokale verbondenheid en traditioneel handwerk weer de hoofdrol speelt; de zgn. slow beweging met meer en bewustere aandacht voor eten, kunst en winkelen. Over dat laatste fenomeen, slow shopping, wil ik het hebben omdat dit een kans biedt voor veel traditionele creatieve ondernemers die meer hebben met het traditionele ambacht dan met de moderne techniek.

Alle grotere steden in Europa staan nl. voor een geweldige uitdaging; hoe om te gaan met winkelgebieden nu de traditionele winkel in rap tempo verdwijnt? De witgoedketen, de platenwinkel, de computerwinkel, de telefoonwinkel, de schoenenwinkel en de lokale modewinkel zien per jaar 5-10 procent van de omzet verschuiven naar internet. Natuurlijk zal er in winkelgebieden ruimte over blijven voor de groenteboer, de supermarkt, de bakker en de slager voor de essentiële boodschappen, maar shopping wordt steeds meer een keuze; bestel ik achter mijn tablet dat jurkje of ga ik naar de binnenstad? Over enkele jaren zal daarom de helft van het huidige winkelaanbod verdwenen zijn. Wat betekent dit voor de stad van de toekomst? Als steden een levendig winkelgebied willen behouden zullen ze de binnenstad meer en meer als attractie moeten gaan positioneren. De binnenstad moet een beleving worden. In de binnensteden komen daarom langzaam maar zeker nieuwe slow shopping concepten op waar creatieve en ambachtelijke ondernemers werken, verkopen en samen klanten trekken. De potentiële aantrekkingskracht van deze creatieve ambachtelijke ondernemers is groot zoals blijkt uit het grote succes van de tentoonstelling Hand Made in het Boymans van Beuningen Museum. Mensen zijn steeds meer geïnteresseerd in de herkomst en uniciteit van hun producten.

Deze slow shopping trend gaat nu nog erg langzaam. Gemeenten en verhuurders zitten nog steeds in de ontkenningsfase. Huren van meer dan 500 euro p.j. per m2 (!) zijn nog steeds gangbaar in veel binnensteden. Creatieve ondernemers zullen dat nooit kunnen betalen. Ook zullen de vestigingseisen en transportmogelijkheden aangepast moeten worden om beroepen zoals de smid en de meubelmaker weer terug te krijgen in de binnenstad. Maar de gemeente heeft weinig keuze als ze een aantrekkelijk winkelgebied wil behouden. Het alternatief is immers een lege binnenstad. Verhuurders en gemeenten zullen daarom vroeg of laat gaan investeren in meer diverse winkelgebieden waarin creatieve ondernemers, ambachtslieden en traditionele winkelketens elkaar versterken en samen zorgen voor een levendige binnenstad. De vraag is; welke gemeente durft hier echt mee aan de slag te gaan en de concurrentie voor te blijven?