COL-onderzoeker Boukje Cnossen promoveert

Op 16 januari promoveerde COL-onderzoeker Boukje Cnossen aan de universiteit van Tilburg. In haar onderzoek richtte ze zich op organisaties en de manier waarop die zich organiseren. Ze beantwoordt drie vragen over haar onderzoek.

Op welke vragen probeer je in dit onderzoek een antwoord te vinden?
‘Dat zijn er heel erg veel, maar centraal staat de vraag hoe organisaties ontstaan en wat maakt dat ze kunnen voortbestaan. Dat doe ik door in de verschillende empirische hoofdstukken broedplaatsen voor creatieven te onderzoeken. Zo bespreek ik in het tweede hoofdstuk hoe gebruikers van broedplaatsen zich verzetten tegen de manier waarop die plekken in de stad worden gebruikt. Kan dit verzet de basis zijn van nieuwe organisaties? Uit mijn onderzoek blijkt dat dat kan, als de creatieven zeggen: ‘wij willen het anders doen, en wel zo.’ In het derde hoofdstuk onderzoek ik wat de invloed van de fysieke ruimte is op het werk en de samenwerking tussen de gebruikers van een broedplaats. Ik gebruik bij mijn promotieonderzoek verschillende theoretische benaderingen, van practice theory en autonomist theory tot actor-network theory en met name CCO, dat staat voor ‘communication constitutes organisation’.

Welke broedplaatsen heb je bezocht?
‘Een van de plaatsen was ACTA, een voormalig tandheelkundig ziekenhuis in Slotervaart waar mensen wonen en werken. Daar heb ik zelf ook gewoond. Het onderzoek had ik toen al bedacht. Ik had dus perfecte toegang tot mijn respondenten en heb het wonen en werken daar intensief gevolgd. Tegelijkertijd onderzocht ik het eveneens Amsterdamse Fenix, om te zien hoe een nieuwe broedplaats tot stand komt. Beide plaatsen kregen tijdens de onderzoeksperiode te maken met tegenslagen. Bij ACTA werd asbest gevonden en Fenix moest, kort nadat de gebruikers in een grote loods waren getrokken, weer verhuizen. Het was interessant om te zien wat dit met de gebruikers deed, al het gesleep met spullen en de onverwachte veranderingen van de plannen. Naast deze twee plaatsen onderzocht ik ook de organisatie Broedstraten, tijdens het organiseren van een evenement. Daar zag ik dat die organisatie haar grenzen constant verlegde, afhankelijk van de situatie presenteerden ze zich als brede organisatie, of juist als een kleinere groep.’

Heb je een voorbeeld van de invloed van de ruimte op het werk van creatieven?
‘Wat ik altijd een mooi voorbeeld vind is ACTA, waar een technisch beheerder overal in het pand kippetjes op de muur verfde. Dat werd langzaam overgenomen door andere creatieven in het pand. Er kwam een web designer die de afbeelding op de website ging gebruiken en er werden door weer anderen t-shirts van gedrukt. Het werd een soort logo en het creëerde op die manier een groepsgevoel.’

 

Meer weten? Kijk dan op de website van Boukje.