‘Feel Good Management’ in Co-Working Spaces

‘Co-working spaces’ krijgen, naast hun functie als betaalbare atelierruimte voor kunstenaars en creatieven, steeds meer een sociale en economische functie. COL-onderzoeker Boukje Cnossen doet onderzoek naar het fenomeen ‘co-working spaces’, in Amsterdam en Parijs. Want wat houden deze plekken nou eigenlijk in?

In 2005 opende de eerste officiële co-working space zijn deuren in San Francisco, op een plek genaamd Spiral Muse. Sindsdien zijn er wereldwijd talloze van dit soort plekken ontstaan. Het Amerikaanse fenomeen vermengde zich met de lokale praktijken en beleidskeuzes, zoals zwischennutzung in Berlijn, sociale ondernemingen in Londen die dateerden uit de jaren 70, en het Amsterdamse broedplaatsenbeleid, dat aanvankelijk moest garanderen dat er in de stad genoeg betaalbare ateliers bleven voor kunstenaars en creatieven. Nu krijgen de broedplaatsen ook steeds meer een sociale en economische functie.

In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van de volgende definitie van co-working spaces: ‘A workspace that has shared desks, a good internet connection, usually at least one open-plan space, a common kitchen area and meeting facilities. […] Often there are no dedicated spaces, desks or chairs, and one can/must choose anew every morning: where do I sit? With whom?’

Photo: Unsplash

Geschreven en ongeschreven regels
Nu zekerheid van werk voor veel mensen verleden tijd is, moeten mensen hun professionele identiteit anders gaan vormgeven. Hierbij hebben co-working spaces ook een functie gekregen. Het zijn meer dan neutrale ruimtes voor efficiënte en rationele bedrijfsvoering, maar net zo goed plekken om sociaal gedrag te reguleren. Mensen zoeken elkaar op en vormen hun eigen gemeenschap, met geschreven en ongeschreven regels. Zij hebben dezelfde verzameling eigenschappen met betrekking tot gedrag, smaak, kennis en vaardigheden. Vaak hebben gebruikers van co-working spaces vergelijkbare afkomst, gender, huidskleur en klasse.

Voor dit onderzoek werden vier co-working spaces in Amsterdam onderzocht, en zes in Parijs. De overeenkomsten in de twee steden zijn opvallend. Ondernemers en projectwerkers die gebruik maken van ruimtes geven een daar aantal redenen voor. Allereerst zijn ze het vaak zat om vanuit huis te werken, vanwege ruimtegebrek of afleiding. Daarnaast is het voor hen belangrijk dat de werkplek gemakkelijk bereikbaar en in de buurt van huis is, omdat ze de motivatie om erheen te gaan uit zichzelf moeten halen. Ook moet de plek ingebed zijn in een stedelijke of juist lokale context, gemeenschap is belangrijk. Een andere eigenschap van het succes van een co-working ­space is dat de gebruiker zich prettig voelt, dat het als thuis voelt. De gebruiker moet denken: beter dan dit wordt het werkende leven niet.

Hellend vlak
De groepen die zich vormen binnen co-working ­spaces zijn dus homogeen. Dit kan ook nadelen opleveren. Sociale activiteiten binnen de werkplek nemen soms de vorm aan van verplicht plezier, inclusief drank- en drugsgebruik. Mensen die hier niet aan mee willen doen, vallen mogelijk buiten de boot. Daarnaast maakt de combinatie werk en plezier dat een co-working space de perfecte setting is voor mensen om extreem hard te werken. Dit kan ongezonde vormen aannemen.

De huiselijkheid en gezelligheid van co-working spaces helpen de onzekerheid van het freelancersbestaan te compenseren. Bovendien kun de bedrijvigheid van co-working spaces in bepaalde onderontwikkelde stedelijke gebieden ingezet worden om institutionele stakeholders zoals gemeenten en projectontwikkelaars te vriend te houden. De freelancers die op zo’n plek werken zitten hier niet altijd op te wachten. Ons onderzoek beargumenteert daarom dat we kritisch moeten kijken naar werkplekken die zich voordoen als huiselijk, niet omdat er iets mis is met je thuis voelen, maar wel omdat die huiselijkheid een ander doel kan dienen. “Als je werknemer zich thuis voelt, werkt hij ook harder”, zegt een van onze geïnterviewde ondernemers dan ook treffend.