Column | Co-creatie tussen kunst, tech en bedrijven: zo wil Europa maatschappelijke opgaven aanpakken

Leestijd: 12 minuten

Europa staat voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Ze wil deze aanpakken met co-creatieprocessen. In deze tekst bespreken we wat er bijzonder is aan vier Europese initiatieven (S+T+ARTS, Media Futures, Better Factory en het new European Bauhaus). Met behulp van technologie en de inputs van een diverse groep mensen proberen deze innovatiehubs op een democratische wijze waarde te ontwikkelen voor zowel de betrokken bedrijven en individuen als de maatschappij in zijn geheel. Wat zijn de kansen voor kunstenaars? 

Maatschappijen in Europa staan voor een heel aantal opgaven, zoals die van de 17 Sustainable Development Goals die de Verenigde Naties tegen 2030 willen bereikt hebben, het actieplan van de European Green Deal om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te zijn en daarbovenop nog het te boven komen van een pandemie die naast een maatschappelijke impact er ook een economische zal nalaten. Verschillende denkers en wetenschappers stellen dat we in tijden van transitie leven, of een fundamentele sociale, technologische, institutionele en economische verandering van het éne maatschappelijke regime of dynamisch evenwicht naar een ander (Köhler et al., 2019) (zie bijvoorbeeld ook Drift for Transition). Het valt te verwachten dat de manier waarop we aan onze economische bedrijvigheid vorm geven zich zal aanpassen aan een veranderend tijdperk, waarin we problemen gaan confronteren, zoeken naar manieren om met erfenissen uit het verleden om te gaan en mogelijk ook bepaalde waardesystemen zullen herdefiniëren. 

Dat laatste is al langer aan de gang. De organisatiewetenschappers Prahalad en Krishnan pleiten in hun boek ‘The New Age of Innovation: Driving Co-created Value through Global Networks’ uit 2008 al voor een hele andere waardesystematiek en manier van denken voor en door bedrijven. Die zijn veel te lang enkel gefocust geweest op het vergroten van hun marktaandeel en op het beter toegang krijgen tot distributiekanalen om doelgroepen te vergroten, aldus de auteurs. Daardoor zijn ze te weinig in staat geweest om te denken aan de creatie van toekomstige markten. Waardecreatie in dit nieuwe tijdperk is volgens hen iets dat je doet samen met consumenten en in wereldwijde netwerken, in plaats van in de besloten omgeving van een directiekamer. 

In de nasleep van de financiële crisis van 2008/2009 vond de theorie van Prahalad en Krishnan (2008) geleidelijk aan zijn ingang in de bedrijfswereld. Het kortetermijndenken en de pertinente idee dat bedrijven veel dan wel alles zelf en intern konden realiseren op basis van interne vaardigheden waarin veel geld was geïnvesteerd, maakte dat veel bedrijven het moeilijk kregen om nieuwe manieren van organiseren en produceren te omarmen. En die waren nodig volgens de auteurs, omdat consumenten hoe langer hoe meer op zoek gingen naar unieke ervaringen, en bedrijven in staat moesten zijn om een oneindig aantal unieke varianten van producten of diensten voort te brengen, op maat van ieder individu. Omdat dit een onmogelijke opgave is voor individuele bedrijven, is samenwerking essentieel, niet enkel met klanten, maar ook met andere bedrijven en producenten. Volgens Prahalad en Krishnan (2008) moeten bedrijven niet langer al de relevante resources, technologieën en vaardigheden willen bezitten, dan wel er de toegang tot hebben. Hun theorie hebben ze samengevat in twee formules: n=1, verwijzend naar de uniciteit van iedere klantervaring; en r=g, verwijzend naar de globaliteit van resources en het brede, globale netwerk van toeleveranciers die bijdragen aan innovatieve waarde co-creatie. 

Gerelateerd aan dit gedachtegoed is de denkwijze rond ‘Open Innovation’ zoals geïntroduceerd door Henry Chesbrough (2004). Deze theorie was eerst vooral gefocust op een meer co-creatief en gezamenlijk proces van het ontwikkelen van nieuwe producten, maar in latere stadia van ontwikkeling van de theorie wordt deze ook steeds meer breed ingezet in allerlei situaties waarbij creatieve input is vereist (Vanhaverbeke, 2013). De kern van de theorie stelt dat het oude denken van afgesloten R&D processen waarbij geheimhouding primeert, suboptimale oplossingen levert. Dit uit zich in twee richtingen: enerzijds worden door een gesloten R&D proces cruciale expertise, overwegingen, en uitdagende en wellicht confronterende input van externe experts uitgesloten, anderzijds stranden potentieel veelbelovende innovaties omdat zij uiteindelijk niet passen bij de onderneming die de R&D afdeling huist. Het open innovation concept pleit daarom voor een openheid tijdens dit ontwikkelingsproces, waarbij er ruimte wordt geboden voor externe invloeden en co-creatie (waarvoor men zich kwetsbaar moet opstellen), en waarbij er ruimte is om potentieel waardevolle innovaties verder te laten ontwikkelen door andere, externe organisaties. 

De Europese Unie ondersteunt al langer co-creatie projecten van diverse publieke en private partners, in het bijzonder die waarin urgente maatschappelijke uitdagingen centraal staan, innovaties ontwikkeld worden en ingespeeld wordt op de sociale en economische noden van burgers en het bedrijfsleven. Een voorbeeld hiervan is het City4Age project dat steden leeftijdsvriendelijker probeert te maken en opgezet is door een consortium van gemeentelijke overheden, kennisinstellingen en bedrijven in de transport- en IT-sectoren (EU, 2020). Enkele van de Europese initiatieven voorzien een uitgesproken rol voor kunstenaars. S+T+Arts, MediaFutures, Better Factory en het nieuwe Europese Bauhaus zijn vier voorbeelden die illustreren hoe gezamenlijke co-creatieprocessen willen leiden tot fundamentele veranderingen en innovaties met een maatschappelijk oogmerk, en daarvoor ook rekenen op de betrokkenheid van kunstenaars. 

STARTS (S+T+ARTS): het mediëren van samenwerking tussen wetenschap, technologie en kunst

S+T+ARTS (Science, Technology and the Arts) is het resultaat van een Europees initiatief onder het Horizon 2020 onderzoeksprogramma en heeft als doel samenwerkingen tussen kunstenaars, wetenschappers, ingenieurs en onderzoekers te bevorderen. De ontwikkelingen van creatieve, inclusieve en duurzame technologieën in relatie tot de waarden en behoeften van de mens is hierbij het belangrijkste richtpunt. S+T+ARTS functioneert dus als een mediator tussen kunstenaars en andere maatschappelijke sectoren, in het bijzonder wanneer mogelijke connecties tussen de twee niet meteen voor de hand liggen. Het gaat ervan uit dat wetenschap en technologie in combinatie met een artistieke invalshoek waardevolle, holistische en humane perspectieven kunnen bieden voor onderzoek en de bedrijfswereld. 

Sinds de opstart in 2016 heeft S+T+ARTS al bij meerdere projecten kunstenaarsresidenties gesubsidieerd, gemonitord en georganiseerd (STARTS, 2021). Die residenties geven kunstenaars de mogelijkheid om in een andere context, los van hun dagelijkse praktijk, aan creatieve projecten te werken (Neuendorf, 2016). Verder ontwikkelt S+T+ARTS verschillende lighthouse pilots; dat zijn innovatieve projecten gestoeld op de Jobs-to-be-Done benadering (Christensen et al., 2016). Die benadering gaat ervan uit dat consumenten emotionele en sociale overwegingen maken bij beslissingen, dus dat innovaties niet enkel gericht moeten zijn op de geavanceerde technologische functionaliteiten van nieuwe producten of dienstverleningen, en niet enkel gebaseerd op onpersoonlijke big data. Innovaties moeten erop gericht zijn juist die problemen op te lossen en obstakels weg te halen, die de ‘jobs’ die een potentiële klant tegemoet ziet, te vergemakkelijken. Het principe, intussen omgezet in een (jobs-to-be-done) theorie, volgde uit een inzicht van consultants in en om de Harvard Business School, die beseften dat bouwfirma’s niet vooral bezig moeten zijn met het bouwen van nieuwe huizen, maar wel met het verhuizen van levens en daarvoor de benodigde dienstverlening moeten voorzien. Als dusdanig richten de pilots binnen S+T+ARTS zich specifiek op het zoeken naar oplossingen voor de grote uitdagingen van industrieën en de maatschappij in het algemeen, in een nauwe samenwerking met kunstenaars die zich de sociale en meer gevoelsmatige noden van verschillende betrokken partijen kunnen verbeelden (STARTS, 2021). 

Een voorbeeld van een pilot georganiseerd door S+T+ARTS is Re-FREAM; Re-THINK fashion. Onder het motto van ‘art meets tech’ wil S+T+ARTS de co-creatie tussen kunstenaars en wetenschappers initiëren, met de bedoeling de processen, tradities, functionaliteiten en productiemethodes in en van de mode-industrie te herdenken. Re-FREAM biedt toegang tot technologieën, knowhow, nieuwe materialen en mentoring, om de transitie te maken van een lineaire naar circulaire mode-industrie, gestoeld op een duurzame productie door bijvoorbeeld elektronica in textiel op te nemen. De pilot belooft aan succesvolle deelnemers zichtbaarheid, de mogelijkheid om nieuwe technologieën te integreren, een gemeenschap (community) en financiering. Een korte video maakt deze waardeproposities duidelijk aan potentieel geïnteresseerde kandidaten die in samenwerking met technologie experten innovaties in de kledingindustrie willen ontwikkelen.  

S+T+ARTS is onderdeel van de STARTS community, waarvan de initiatieven samengebracht worden op het platform STARTS.eu. De betrokkenen hopen daarmee een S+T+ARTS ecosysteem te bevorderen van diverse partijen en allianties die door het samenbrengen van wetenschap, technologie en kunsten een Europese benadering van technologische innovaties trachten te bevorderen. In die benadering staan de noden en waarden van mensen centraal. S+T+ARTS is dan wel een initiatief van vrij recente datum; de ondersteuning van de Europese Commissie aan hybride samenwerkingsvormen tussen wetenschap, technologie en kunst, en aan communities die de relevantie ervan articuleren, bestaan al langer (eerdere projecten zijn bijvoorbeeld ICT&Art 2012 en FET-ART, meer hierover te lezen hier

MediaFutures: kunstenaars, startups en het mkb samen aan de slag met innovaties in de mediawaardeketen

MediaFutures (MF) is een onderdeel van het S+T+ARTS ecosysteem. Het is een door data-gedreven innovatiehub die de waardeketen in de media (de verschillende fasen waarin waarde gecreëerd wordt, gaande van mediacreatie tot mediagebruik, cf. Neuendorf, 2016) tracht te veranderen. De hub wordt ondersteund door een subsidie van 5 miljoen euro van de Europese Commissie onder het Horizon 2020 programma. MF loopt van september 2020 tot augustus 2023. 

De hub opereert op een transnationale manier en heeft als doel startende en kleine en middelgrote bedrijven en kunstenaars samen te brengen om bestaande bedrijfsmodellen in de mediawaardeketen door te ontwikkelen en nieuwe manieren te bedenken waarop mensen interactie kunnen hebben met de journalistiek, het wetenschappelijk onderwijs en democratische processen. Het einddoel is te resulteren in producten, diensten, digitale kunstwerken en ervaringen die de mediawaardeketen zullen transformeren, door middel van innovatieve en inclusieve toepassingen van data en user-generated content (MediaFutures, n.d.).

De hub heeft een duidelijk standpunt dat wordt doorgevoerd in het hele bedrijf; het veronderstelt dat een maatschappij die haar beslissingen en beleid baseert op data, een grotere kans heeft om op een gezonde, productieve en duurzame manier te functioneren. Daarvoor moedigt MF een bottom-up aanpak aan, waarin een diverse groep burgers wordt betrokken bij de deelname aan projecten die de mediawaardeketen opnieuw vormgeven. In het huidige klimaat van polarisatie denk MF leidend te kunnen zijn in het begeleiden van Europese landen op het gebied van ‘inclusive brand innovation’. Daarom subsidieert MF producten, diensten, kunstenwerken en ervaringen die de manier waarop mensen nieuws, data en feiten consumeren, proberen te transformeren.

In de praktijk wil MF 51 startende bedrijven en 41 kunstenaars ondersteunen door respectievelijk versnellingstrajecten en kunstenaarsresidenties. Daarvoor heeft MF drie open oproepen gelanceerd. Een eerste oproep is gericht op ‘artists for media’ en stelt een maximumsubsidie van 25.000 euro ter beschikking aan kunstenaars die nieuwe ideeën en ervaringen voorstellen die op een kritische en materiële manier data en technologieën verkennen (o.a. social media) en daarmee de impact ervan op individuen en de maatschappij in vraag stellen. Een tweede oproep ‘startups for citizens’ richt zich op startende bedrijven die nieuwe manieren ontwikkelen om online content meer divers en transparant te maken (met een subsidie van maximum 65.000 euro). Met een derde oproep ‘startup meets artist’ wil MF teams die bestaan uit een startup en een kunstenaar financieel ondersteunen in de gezamenlijke ontwikkeling van een nieuw concept van datatechnologie en kunst, dat ervoor moet zorgen dat dataverkenning meer plezierig en informatief wordt. Voor deze cross-sector samenwerkingen stelt MF subsidies tot max. 120.000 euro beschikbaar. 

Better Factory: Europese steun voor maakbedrijven die samenwerken met een kunstenaar

Better Factory is een samenwerking van 28 partners, onder wie Waag en In4Art uit Nederland. Better Factory (BF) heeft een methodologie ontwikkelt voor kleine en middelgrote bedrijven in de maakindustrie, waarin die kunnen samenwerken met kunstenaars om nieuwe en gepersonaliseerde producten te ontwikkelen. Het initiatief wordt ondersteund door de Europese Commissie die er een subsidie van 8 miljoen euro voor reserveerde. Dankzij de betrokkenheid van kunstenaars, technologie experts en mentoren op het gebied van ondernemerschap, wil BF kansen creëren tot productinnovaties zodat mkb-bedrijven op nieuwe markteisen kunnen inspelen en tegelijkertijd hun bestaande producten optimaal kunnen blijven produceren. Daarvoor voorziet BF in de technologie die van maakbedrijven ‘cyber-fysieke’ systemen kan maken. 

Om maakbedrijven van hun traditionele productiepraktijken te doen afstappen, gebruikt BF een open, geavanceerde methodologie voor productieplanningen (Advance Production Planning and Scheduling (APPS) system). Dit systeem biedt bedrijven de mogelijkheid om hun geplande productie commercieel uit te testen met als doel verspilling tegen te gaan en hun energieverbruik, logistiek en inzet van andere middelen te optimaliseren. In het proces is een centrale rol weggelegd voor een platform met de naam ‘RAMP’. RAMP staat voor robotica en automatisering markplaats. Eenvoudig gesteld is RAMP een platform dat toegang biedt tot robotica die in staat zijn om de productiviteit van bedrijven te versnellen (RAMP – Robotics and Automation MarketPlace, n.d.). RAMP voorziet bijvoorbeeld in een 3D-simulatie tool die een Digital Twin kan creëren in functie van virtuele testen. Het is verbonden met een Europese Digital Innovation Hub waar bedrijven terechtkunnen als ze meer willen doen met of leren over digitale technologieën (EDIHs | Shaping Europe’s digital future, n.d.). 

Wanneer maakbedrijven een traject ingaan met BF, analyseren de betrokken specialisten de staat van hun huidige productie en producten. Tijdens deze analyse kunnen nieuwe productontwerpen, bedrijfsmodellen en merken ontstaan. In de praktijk zal BF acht consortia begeleiden in, wat zij zelf het ‘kennisuitwisselingsexperiment’ noemen. BF koppelt en ondersteunt consortia bij het ontwerpen van nieuwe producten en het toepassen van de eerder beschreven automatiseringsprocessen in de maakbedrijven (figuur 1). Deelname kan elk van de partijen specifieke voordelen opleveren: maakbedrijven kunnen innovatiever en competitiever worden in hun huidige markt en toetreden tot nieuwe markten; voor de technologieaanbieders is het een kans om nieuwe technologieën uit te testen in een real-life situatie, met een laag financieel risico en een reële mogelijkheid nieuwe klanten te bereiken; kunstenaars, tot slot, kunnen een nieuwe manier van waardecreatie ervaren en nieuwe potentiële klanten bereiken. 

Figuur 1: Tijdlijn voorbereidingstraject en matchmaking Better Factory

Tot nog toe werkt BF met open calls waarin maakbedrijven, technologieaanbieders en kunstenaars een project kunnen voorstellen om in aanmerking te komen voor een subsidie tot 200.000 euro. Het gaat dan om innovaties in sectoren zo divers als textiel en leder, metaal, bouw, voedsel en landbouw, plastiek en rubber, en meubels en hout (figuur 2). Het concept slaat aan. Waar er in de eerste oproep ruimte was voor de ondersteuning van acht projecten, ontving BF 367 aanmeldingen. Van deze aanmeldingen waren er 26 afkomstig uit Nederland, goed voor zeven procent van het totaal. 

Figuur 2: Inzendingen per sector naar type hoofdaanvrager – bron: Better Factory, 2021

Het Nieuwe Europese Bauhaus project

Het nieuwe Europese Bauhaus (EB) is een innovatief project van de Europese Unie dat de functionalistische ideeën van de Bauhausstroming van de jaren 20 van de vorige eeuw nieuw leven wilt inblazen. Ursula von der Leyen (president van de Europese Commissie) treedt op als de initiator van het project, waarmee ze een brug zoekt te vormen tussen enerzijds de wetenschap en technologie, en anderzijds kunst en cultuur. De bedoeling van het EB is de Europese Green Deal en digitale uitdagingen te vertalen in positieve en tastbare ervaringen, zodat die kunnen leiden tot een verbetering van de levenskwaliteit in de Europese landen. 

Centraal in het EB staat de idee van co-creatie: enkel door het samenbrengen van een diverse groep van mensen kunnen innovatieve oplossingen worden bedacht voor diverse complexe maatschappelijke problemen, zoals de klimaatverandering (EU, n.d.). In een toespraak geeft Ursula von der Leyen aan waarom het belangrijk is dat een groot en divers aantal deelnemers bereikt wordt. Iedereen met ideeën is welkom om deel te nemen aan het EB, waarvan de ultieme doelstellingen zijn: het betaalbaar en toegankelijk maken van leefruimtes, het herontdekken van duurzame manieren van leven in Europa en de verbetering van de levenskwaliteit, met een focus op de waarden van eenvoud, functionaliteit en het hergebruik van materialen zonder afbreuk te doen aan de behoefte aan comfort. EB stelt financiële steun beschikbaar voor innovatieve ideeën, en doet dat via open oproepen en diverse gecoördineerde programma’s. In lijn met de principes van het originele Bauhaus, wordt gestreefd naar innovaties met respect voor de planeet. 

In de praktijk kent EB drie fasen. Allereerst is er de fase van co-ontwerp. In deze periode (herfst 2020 tot zomer 2021) wordt er vormgegeven aan de beweging en worden concrete en hedendaagse ideeën opgehaald die de principes van het nieuwe EB reflecteren. Open rondetafelgesprekken met verschillende experts (denkers, praktijkbeoefenaars) zullen dienen als klankbord voor ideeën. Daarna zal duidelijk worden hoe het nieuwe Europese Bauhaus kan bijdragen aan het genereren van duurzame, en inclusieve plekken (EU, n.d.). De uitkomst van de eerste fase is een ondersteuningskader dat gelinkt wordt aan EU-programma’s. In dit kader zullen ook voorstellen voor pilots zijn inbegrepen. In de zomer van 2021 zullen de eerste prijzen worden uitgereikt aan voorstellen die op een unieke manier duurzaamheid, ervaringskwaliteit en inclusie combineren. Daarna wordt de tweede fase ingeluid. Deze fase begint in september 2021 en zal focussen op het opzetten en implementeren van vijf nieuwe Europese Bauhaus pilots in vijf Europese lidstaten, aan de hand van de voorstellen. Voor deze pilots is een subsidie van 25 miljoen euro beschikbaar, die kan worden gecombineerd met geld afkomstig van regionale structuurfondsen (EU, 2021). De implementaties zullen op de voet worden gevolgd en gemonitord in een ‘community of practice’ modus: betrokkenen gaan met elkaar in gesprek en wisselen hun ervaring en opgedane kennis uit. Nadat het project goed op gang is gekomen, is de derde fase een fase waarin de kennis verspreid wordt tussen de lidstaten en daarbuiten (vanaf 2023). Dit zal inzichten geven in de herhaalbaarheid van methodes, in oplossingen en prototypes. Innovaties worden beschikbaar gemaakt voor andere landen en steden dan die waarin ze ontwikkeld werden. 

Tijdens het hele proces is de continue uitwisseling met burgers, bedrijven en academici van belang. Het wordt gehoopt dat gerelateerde initiatieven en aanvullend beleid de beweging verder zullen structureren en verspreiden via digitale netwerken en engagementplatformen. Uiteindelijk wil het nieuwe Europese Bauhaus de opkomst van markten ondersteunen die ons leiden naar een wereld waarin schoon, duurzaam en inclusief geleefd wordt (EU, n.d.).

Besluit 

Er is het één en ander aan het bewegen op het Europese front. Wat hebben de bovenstaande initiatieven gemeen? De projecten hebben als doel duurzame en sociale innovaties te bevorderen, en brengen daarvoor verschillende werelden bij elkaar: die van het bedrijfsleven, van de wetenschap, van de technologie, van de overheid, en van de kunsten. Het Open Innovation concept van Chesbrough, alsook het r=g principe van Prahalad en Krishnan (2008) zijn hierin herkenbaar: in plaats van alle kennis en oplossingen intern te ontwikkelen, volstaat het voor bedrijven dat ze louter toegang hebben tot die specifieke resources die daarbij kunnen helpen. Die kunnen al bestaan bij andere bedrijven, maar ook in tijdelijke consortia ontwikkeld worden. Bij die ontwikkelingen kunnen burgers betrokken worden om aan te geven waar specifieke behoeften liggen, maar ook mensen met visionaire ideeën, zoals kunstenaars, en wetenschappers die duurzame technologieën mee ontwikkelen. Deze consortia zijn als samenwerkingsmodel vrij nieuw, en worden vooralsnog gefaciliteerd door mediatoren en aanjagers als Better Factory en S+T+ARTS. Met behulp van technologie en de inputs van een diverse groep mensen proberen deze innovatiehubs op een democratische wijze waarde te ontwikkelen voor zowel de betrokken bedrijven en individuen als de maatschappij in zijn geheel. Omdat de leerprocessen in dit alles centraal staan, en de leeropbrengsten straks zo open mogelijk gedeeld gaan worden, worden zowel de innovatiehubs als de pilootprojecten flink gesubsidieerd door Europa. Dit is één van de manieren waarop de Europese Commissie de grote maatschappelijke uitdagingen wil aangaan.

Wat kunnen de bovenstaande initiatieven concreet betekenen voor kunstenaars? In alle projecten is een actieve rol voorzien voor een aantal kunstenaars of ontwerpers. Vaak wordt van de kunstenaar verwacht dat zij/hij instapt in een consortium waarin gezamenlijk aan een concreet probleem gewerkt wordt, of waar gezamenlijk naar een innovatie toegewerkt wordt. In het kader van Better Factory, bijvoorbeeld, wordt gesteld dat een kunstenaar kan helpen bij het heruitvinden (re-invent) en herontwerpen (re-design) van producten en processen in diverse sectoren zoals textiel, metaal, bouw, voedsel en landbouw. Daarin geïnteresseerde kunstenaars kunnen zich dan aanmelden, en worden eventueel later gematcht. Het wordt niet bij alle initiatieven expliciet gesteld, maar verwacht kan worden dat kunstenaars betrokken worden omwille van zowel hun visies en ideeën, hun specifieke kunde om dit om te zetten in fysieke objecten, alsook van hun daadkracht en ervaring met complexe maakprocessen. 

Uiteraard spreekt deze manier van werken niet iedere kunstenaar aan. Van de kunstenaar wordt verbeeldingskracht verwacht, flexibiliteit, het inlevingsvermogen in bedrijven en andere partijen zoals technologieontwikkelaars, en een dienstbaarheid in functie van een onzeker doch concreet einddoel. Aan kunstenaars die deelnemen, bieden de projecten een kans om hun horizon te verbreden, door de kennismaking met nieuwe technologieën, de betrokkenheid in een tijdelijke projectorganisatie die een maatschappelijk probleem wil aanpakken, de nieuwe inzichten in bedrijfsmodellen en een vergroot sociaal netwerk. S+T+ARTS bijvoorbeeld, organiseert residentievormen die toelaten helemaal te focussen op het project. Tenslotte bieden bovenstaande initiatieven een mogelijkheid om hun portfolio aan betaalde werkzaamheden te verbreden. De beschreven initiatieven worden gesubsidieerd en voorzien in een financiële vergoeding voor kunstenaars, in een grootteorde van 25.000 euro (MediaFutures) tot 50.000 euro (Better Factory).

Merel van der Windt, Ellen Loots, Walter van Andel (mei 2021)

Het schrijven van deze column is mogelijk gemaakt door Instituut Gak, dat een onderzoek naar de inkomens en het verdienvermogen in creatieve sectoren subsidieert. 

Bronnen

Andrade, M. (2020). Digital Media Value Chain – Manuel Andrade. Medium. Geraadpleegd op 13 April, 2021, van https://medium.com/@manuelra/https-medium-com-manuelra-digital-media-industry-value-chain-db185feae044 

Better Factory. (2020). About us. Better Factory. Geraadpleegd op 13 april, 2021, van https://betterfactory.eu/about-us/ 

Chesbrough, H. (2004). Managing open innovation. Research Technology Management, 47(1), 23–26.

Christensen, C. M., Hall, T., Dillon, K., & Duncan, D. S. (2016). Know Your Customers’ “Jobs to Be Done.” Harvard Business Review, 94, 45–54.

EDIHs | Shaping Europe’s digital future. (n.d.). Retrieved May 21, 2021, from https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/activities/edihs

EU. (2020). Featured projects about Society. Horizon 2020 – European Commission. Geraadpleegd op 21 april, 2021, van https://ec.europa.eu/programmes/horizon2020/en/newsroom/featured-projects/society

EU. (2021). Shaping Europe’s Digital Future – European Commission. https://ec.europa.eu/digital-single-market/en/digital-innovation-hubs-dihs-europe 

EU. (2021). Press corner. European Commission. Geraadpleegd op 26 april, 2021, van  https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/de/speech_21_1881

Köhler, J., Geels, F. W., Kern, F., Markard, J., Onsongo, E., Wieczorek, A., Alkemade, F., Avelino, F., Bergek, A., Boons, F., Fünfschilling, L., Hess, D., Holtz, G., Hyysalo, S., Jenkins, K., Kivimaa, P., Martiskainen, M., McMeekin, A., Mühlemeier, M. S., … Wells, P. (2019). An agenda for sustainability transitions research: State of the art and future directions. Environmental Innovation and Societal Transitions, 31, 1–32.

MediaFutures. (n.d.). About | Media Futures. Geraadpleegd op 13 april, 2021, van https://mediafutures.eu/about/ 

Neuendorf, H. (2016). Art Demystified: How Do Artist Residencies Work? Artnet News. https://news.artnet.com/art-world/art-demystified-artist-residencies-649592

Prahalad, C. K., & Krishnan, M. S. (2008). The new age of innovation: Driving cocreated value through global networks (1st ed.). McGraw-Hill.

RAMP. (n.d.). RAMP – Robotics and Automation MarketPlace. Ramp. Geraadpleegd op 13 april, 2021, van from https://www.ramp.eu/#/aboutus 

Rotmans, J., Kemp, R., van Asselt, M. (2001). More evolution than revolution: transition management in public policy, Foresight, 3(1): 15-31
Shove, E., & Walker, G. (2007). Caution! Transitions Ahead: Politics, Practice, and Sustainable Transition Management. Environment and Planning A: Economy and Space, 39(4), 763–770. https://doi.org/10.1068/a39310 

STARTS. (2021). Residencies | STARTS. Geraadpleegd op 13 april, 2021, van https://www.starts.eu/residencies/

Transformation: How To Implement Lighthouse Pilot Successes. (2019). CEO Breakthrough. Geraadpleegd op 13 april, 2021, van http://ceobreakthrough.com/transformation-implement-lighthouse-pilots/ 

Vanhaverbeke, W. (2013). Rethinking Open Innovation Beyond the Innovation Funnel. Technology Innovation Management Review, 3(4), 6–10.