Column | Collectieve emancipatie als de route naar een meer eerlijke beloning in de kunsten?

Leestijd: 7 minuten

De precaire situatie van kunstenaars en andere creatieve werkers beperkt zich niet tot binnen de Nederlandse landsgrenzen. Over de hele wereld staan kunstenaars en creatieven voor vergelijkbare uitdagingen rondom flexibel, projectmatig werk en de vaak relatief lage inkomens, zeker na de Covid-19 pandemie. Nederland kent gebundelde initiatieven die opkomen voor betere arbeidsvoorwaarden en eerlijkere beloningen van creatieven. Hoe zit dat internationaal? Op welke manier kan ‘collectieve emancipatie’ een soelaas bieden? In deze tekst schetsen we wat er zoal speelt op het gebied van eerlijke beloningen op het internationale toneel. 

De Covid-19 pandemie maakt het leven van veel kunstenaars en creatieven niet gemakkelijk. Inkomsten zijn weggevallen door de lockdown-maatregelen en door de gevolgen daarvan voor kunst en cultuur: geen festivals, geen tentoonstellingen, amper mogelijkheden nog om muziek of filmmateriaal op te nemen, enzoverder. Volgens sommige waarnemers (Banks, 2020; Comunian & England, 2020) heeft de crisis naar aanleiding van de Covid-19 pandemie de structurele problemen in de kunsten en creatieve sectoren nog scherper voor het voetlicht gehaald. Kunnen zulke gemeenschappelijke, globale uitdagingen ook leiden tot gemeenschappelijke oplossingen? Op initiatief van Art Workers Italia, gingen Platform BK (Nederland), Smart (België), Unge Kunstneres Samfund (Noorwegen) en Trabajadores De Arte Contemporáneo (Argentinië en Chili) met elkaar in gesprek in de webinar [HOW TO GET PAID]. In dit virtuele rondetafelgesprek, dat plaatsvond op 19 december 2020, werden bijzondere praktijken uitgewisseld: uiteenlopende instrumenten die een eerlijke beloning van de materiële en immateriële arbeid van kunstenaars en andere creatieve professionals kunnen borgen.

Art Workers Italia

Voor verschillende kunstenaars en organisaties was en is het nog steeds moeilijk het hoofd boven water te houden. In plaats van met elkaar in concurrentie te gaan voor schaarse middelen, zagen we een solidariteit in verschillende maten en vormen, onder meer in samenwerking. De economische en sociale crisis veroorzaakt door Covid-19 is de directe aanleiding geweest voor de oprichting van Art Workers Italia (AWI) tijdens de eerste lockdown in april 2020. 

AWI is een onafhankelijke organisatie voor en door hedendaagse kunstwerkers (medewerkers in publieke en private instellingen voor kunst en cultuur en zelfstandige werkers en freelancers) in Italië. AWI laat zich informeren en inspireren door de internationale gemeenschap en combineert dit met eigen kennis van en inzicht in de behoeften van werkers in Italië. AWI pleit voor maatregelen gaande van de sociale en politieke erkenning van het kunstenaarsberoep, een betere regelgeving rondom arbeidsverhoudingen, een herverdeling van middelen, tot zelfs een herstructurering van de gehele sector. Heel concreet ontwikkelt AWI tools en een gedragscode als referentiekader voor eerlijke vergoedingen van creatief werk (bijv. minima). Tot de activiteiten van AWI behoort ook de lancering van het platform [HYPERUNIONISATION]. Dat is een internationaal online platform, ondersteund door de European Cultural Foundation en het EU Solidarity Fund, bedoeld om de samenwerking tussen partijen die opkomen voor de rechten van culturele werkers in Europa en daarbuiten te bevorderen. Binnen dit netwerk kunnen ervaringen, kennis en expertise worden uitgewisseld, zoals gebeurde in het webinar [HOW TO GET PAID].

Tijdens dit online rondetafelgesprek werden verschillende ontwikkelingen en oplossingen besproken die zouden kunnen bijdragen aan meer eerlijke kunstenaarsbeloningen en een meer inclusieve kunstenaarspraktijk. Eén van de centrale vragen in het gesprek was hoe een duurzame kunstenaarsloopbaan mogelijk gemaakt kan worden (“how to make it possible for young artists to become old artists?”). Elk van de initiatieven die onderdeel uitmaakten van het rondetafelgesprek gebruikt een andere invulling van collectiviteit om te komen tot een betere omkadering en bescherming van kunstenaars. 

Unge Kunstneres Samfund, Noorwegen

Het Unge Kunstneres Samfund (UKS, dat vertaald kan worden als de Jonge Kunstenaars Society) uit Noorwegen is een ledenorganisatie voor kunstenaars opgericht in 1921. Oorspronkelijk was UKS een sociaal netwerk en community van en voor jonge kunstenaars, buiten de kunstscholen om. Vanaf de jaren 1970 is UKS zich meer politiek gaan oriënteren, omdat collectief de nood ervaren werd aan een meer ambitieus cultureel beleid in Noorwegen. In dit debat is UKS zich gaan profileren als een vakbond voor kunstenaars die pleit voor een toename van en een faire compensatie voor het publiek gebruik van kunst. Hiervoor heeft UKS een fonds opgericht dat de copyright-opbrengsten verzamelt van het publiek gebruik van kunst en die vervolgens verdeeld onder kunstenaars-leden. Wanneer kunstenaars een publiek werk maken, krijgen zij in eerste instantie een vergoeding van de opdrachtgever, en daarnaast krijgen zij copyright-inkomsten gedurende de tijd dat het werk publiekelijk is. Daarnaast heeft UKS succesvol gepleit voor een belasting op kunst, dat de bron vormt voor een ander fonds dat kunstenaars ondersteunt.

SMart, België

De van origine Belgische organisatie SMart maakt op een andere wijze gebruik van de kracht van het collectief. SMart is opgericht in 1998, en is momenteel actief in acht Europese landen waarin het een ondersteunende functie bekleed aan kunstenaars onder de vorm van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en sociaal oogmerk. SMart heeft een aanpak ontwikkeld die ervoor zorgt dat kunstenaars (en andere autonome werkers) onder de vorm van de coöperatie kunnen werken en daarbij de voordelen kunnen genieten die werknemers onder een vast contract hebben. Autonome werkers die aangesloten zijn bij SMart kunnen hun eigen activiteiten beheren en factureren aan hun klanten, terwijl SMart als tussenpersoon zorgt voor de administratie en de uitbetaling aan de autonome werkers die als loontrekkenden aan SMart verbonden zijn. 

Trabajadores de Arte Contemporáneo, Latijns-Amerika

Het Latijns-Amerikaanse initiatief Trabajadores de Arte Contemporáneo (TAC) is een samenwerkingsinitiatief opgericht in 2012 voor de totstandbrenging van goede arbeidspraktijken en een eerlijke beloning van werkers in de kunsten. TAC is gericht op het consolideren en professionaliseren van de lokale kunstscènes in heel Latijns-Amerika. Door middel van het collectief opstellen van “Art Worker Agreements” tracht TAC de relaties tussen kunstenaars en organisaties alsook werkomstandigheden en vergoedingen te formaliseren binnen de verschillende Latijns-Amerikaanse landen. Momenteel heeft TAC voor zeven landen een dergelijke overeenkomst opgesteld. In die overeenkomsten zijn adviezen opgenomen voor minimumvergoedingen en templates voor contracten. 

Platform Beeldende Kunst, Nederland

Het Nederlandse Platform Beeldende Kunst (PBK) onderzoekt de rol van kunst in de samenleving en voert actie voor een beter kunstbeleid. PBK appelleert aan de noodzaak voor een collectieve oplossing, om zo een systematische verbetering van de inkomsten van kunstenaars teweeg te brengen. In het rondetafelgesprek stelde PBK twee initiatieven voor die helpen om kunstenaars in Nederland te ondersteunen. De Fair Practice Code voor cultuur (FPC) is een morele code toepasselijk voor de hele kunst- en cultuursector. In deze code zijn verschillende partijen in de sector (kunstenaars, instellingen, overheden) een gedragscode overeengekomen voor het werken en ondernemen in kunst, cultuur en de ruimere creatieve industrie. Die gedragscode moet leiden tot “fair pay”, een “fair share” en een “fair chain.” De FPC staat of valt met collectieve emancipatie: pas van zodra alle stakeholders in deze sectoren zich ervan bewust zijn dat alleen gezamenlijke actie kan leiden tot verandering en een meer eerlijke verloning, en zich ernaar gedragen, heeft zulk een morele afspraak zin en kan de sector versterkt worden. 

Een tweede initiatief waarin PBK een voortrekkersrol gespeeld heeft, is de kunstenaarshonorarium calculator. Deze rekentool is beschikbaar voor iedereen die werkzaam is binnen de beeldende kunsten en geeft richtlijnen voor de prijs die voor het deelnemen aan een tentoonstelling (minimaal) gevraagd kan worden. De calculator berekent het minimum honorarium afhankelijk van de duur van de tentoonstelling, het aantal deelnemende kunstenaars en de bepaling of er een nieuw of bestaand werk wordt getoond. PBK stelt ook checklists en voorbeeldcontracten beschikbaar.

Collectieve emancipatie

De initiatieven tonen dat er wereldwijd veel goede wil is, en er één en ander in beweging is om de posities van kunstenaars en creatieve werkers te versterken. Wat zijn dan nog de hinderpalen?

Een belangrijke is de winner-takes-all structuur van de arbeidsmarkt voor de kunsten. Veel artistieke en creatieve sectoren worden gekenmerkt door een relatief kleine groep grootverdieners, en een relatief grote groep mensen met een meer bescheiden tot zelfs klein inkomen. Die structuur wordt in stand gehouden door het feit dat verschillende partijen baat hebben bij deze structuur (niet enkel de ‘winners’, maar ook verschillende tussenpersonen). Maar, en dit werd meermaals benadrukt tijdens het webinar, ook kunstenaars en creatieve werkers die minder verdienen, houden de structuur in stand. Niet enkel zijn deze mensen vaak enorm gedreven en hechten ze meer belang aan het feit dat ze artistiek iets kunnen verwezenlijken dan dat daar financieel iets tegenover staat; ze hebben ook vaak veel tijd en middelen besteed aan hun beginnende praktijk, en, volgens één van de sprekers, op die manier ook geïnvesteerd in hun onderbetaling (“invested in being underpaid”). Vanuit een (zeer te begrijpen: “als ik deze kans niet grijp, gaat een ander ermee lopen”) individueel belang, wordt op die manier het collectieve belang (een faire artistieke praktijk) ondermijnd. De panelists verwijzen naar de notie ‘zelfuitbuiting’ (self-exploitation) die ook in de academische literatuur rond het onderwerp gebruikt wordt (McRobbie, 1999). 

Er wordt verder aandacht geschonken aan het feit dat juist deze prioretizering van het individuele belang boven het collectieve belang, leidt tot een gebrek aan inclusiviteit in de kunst- en cultuursectoren (“who can afford it to being underpaid?”) (cf. Banks, 2017). Het manifest van AWI geeft aan dat, in het bijzonder in de hedendaagse beeldende kunsten, de kansen op professioneel succes vaak direct gerelateerd kunnen worden aan het ‘kapitaal’ (niet enkel financieel, maar ook in termen van sociaal-culturele achtergrond) waarover iemand beschikt bij haar/zijn aanvang van een loopbaan in de kunsten. Dat is meteen ook één van de redenen waarom AWI ambieert de sector structureel te veranderen, omdat die zoals die nu is, een gezonde werkomgeving gebaseerd op een respect voor vaardigheden, opleiding, ervaring en samenwerking zou ondermijnen. 

De meningen daarover kunnen verschillen. Het is minder betwistbaar dat er een complex samenspel aan de gang is, tussen enerzijds een structuur van een arbeidsmarkt die behoorlijk vastgeroest is, en de drijfveren van de individuen die deze arbeidsmarkt bevolken. Enkel door collectieve actie kan een structuur van een arbeidsmarkt veranderd worden, en het kunstenaarsberoep geëmancipeerd worden. De voorbeelden geven aan dat die aan de gang is, op verschillende plekken in de wereld. 

Covid-19 en collectiviteit? 

Welke rol heeft de Covid-19 pandemie hier nu in gespeeld? Atypische werkgelegenheid, structurele onderbetaling en een zwakke onderhandelingspositie van haar werkers typeren de kunsten en creatieve sectoren al langer, maar de gevolgen en reikwijdte ervan worden pas goed duidelijk nu de combinatie van een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en het uitstel of de annulering van allerlei projecten en opdrachten ertoe leiden dat vele werkers zonder werk en inkomen komen te zitten. Daarbovenop komt dat veel culturele en creatieve werkers slechts beperkt of helemaal niet in aanmerking kwamen voor sociale steun. Op die manier heeft de Covid 19-pandemie onmiskenbaar de vinger op de wonde van de precaire kunstenaarspraktijk gelegd, getuige de inzichten die voortkomen uit verschillende bevragingen naar hoe kunstenaars en creatieve werkers de crisis doormaken.

Anderzijds zijn door deze pandemie individuen en organisaties abrupt gedwongen geworden na te denken over hun positie, maatschappelijke rol en waarden, en over de manier waarop ze hun vaardigheden en expertise ten gelde kunnen maken. De pandemie heeft het belang van kunst en cultuur voor mens en maatschappij aangetoond, al was dat via Netflix, of door de bewustwording van wat we nu missen. De situatie heeft geleid tot een enorme opstoot van creativiteit en vindingrijkheid. Een gedeeld leed heeft mensen en organisaties ook bij elkaar gebracht, en met behulp van online communicatieplatformen gezorgd voor een internationale dialoog.

Het valt te verwachten dat vormen van collectieve emancipatie in de kunsten en creatieve sectoren in een stroomversnelling gaan komen, en dat meer faire beloningspraktijken daarvan het gevolg gaan zijn. 

Bekijk hier het webinar [HOW TO GET PAID]

Ellen Loots, Kaja Piecyk, Walter van Andel

Bronnen

Banks, M. (2017). Creative justice: Cultural industries, work and inequality. Rowman & Littlefield.

Banks, M. (2020). The work of culture and C-19. European Journal of Cultural Studies, 23(4), 648-654.

Comunian, R., & England, L. (2020). Creative and cultural work without filters: Covid-19 and exposed precarity in the creative economy. Cultural Trends, 29(2), 112-128. 

McRobbie, A. (1999) In the Culture Society: Art, Fashion and Popular Music. Routledge, London.

Het schrijven van deze column is mogelijk gemaakt door Instituut Gak, dat een onderzoek naar de inkomens en het verdienvermogen in creatieve sectoren subsidieert. Onderzoekers aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam verdiepen zich in 2020 en 2021 in deze materie. Aanvullende bevindingen over portfolio-loopbanen in de kunsten en creatieve sectoren worden later gedeeld op deze website.