Twynstra Gudde: ‘Duwen en trekken om ruimte te creëren’

Binnen organisatieadviesbureau Twynstra Gudde werkt een groepje adviseurs aan de samenwerking tussen kunstenaars en ontwerpers aan de ene kant en bedrijven en overheidinstellingen aan de andere. De netwerksamenwerking heeft de naam Is Ook meegekregen en is een vreemde eend in de bijt, zowel binnen als buiten het bedrijf.

De jonge adviseur Pim Meijer is een van de mensen binnen Twynstra Gudde die zich bezighoudt met hoe kunst iets kan toevoegen aan andere organisaties. Hij leerde het bureau kennen doordat hij ooit een workshop volgde van André Schaminée, een van de mensen die aan de wieg stond van Is Ook. Toen Meijer hem leerde kennen, was Schaminee samen met Jaap Warmhoven de drijvende kracht achter het betrekken van kunstenaars bij Twynstra Gudde. ‘Zij zagen dat creatieve mensen, kunstenaars, en ontwerpers zich bezighielden met dezelfde soort vraagstukken als de opdrachtgevers van Twynstra Gudde’, vertelt Meijer. ‘Onze groep opdrachtgevers bestaat voor tachtig procent uit overheid. Kunstenaars denken net als zij na over allerlei sociaal-maatschappelijke vraagstukken, alleen dan met een geheel andere bril bekeken. Ze komen daardoor met andere oplossingen voor hetzelfde probleem.’

Schaminée en Warmhoven besloten kunstenaars en ontwerpers bij de opdrachtteams van Twynstra Gudde te betrekken. De directie gaf hen de kans het te proberen en zo ontstond er een clubje, dat in de eerste instantie Geen Kunst heette, en later dus Is Ook. Meijer werd aangenomen in november 2014. Hij werkt op dit moment bij de afdeling Mobiliteit en Infrastructuur. ‘Ik merkte dat die wereld zo ver afstaat van creativiteit en frisse blikken. Die zijn toch nodig, omdat ze dingen kunnen veranderen en lostrekken. Dat werkt juist op zo’n afdeling goed en daar moet je als intermediair hard werken om die twee werelden met elkaar te verbinden.’

Buurbouw
Volgens Meijer is design thinking de kracht die de ontwerp- en kunstwereld te bieden hebben. ‘Dat speelt zich af op meerdere niveaus. Ze brengen allereerst een ander soort methode en mentaliteit. Daarnaast komen er ook vaak onverwachte resultaten uit, eigenlijk. Je kunt als kunstenaar niet van tevoren je eindresultaat al vast hebben staan. Dat is een gegeven dat je kunt benutten in een wereld waar dat normaal gesproken niet gebeurt.’Dit kost soms moeite. ‘Wij duwen en trekken aan de kant van de opdrachtgever om ruimte te creëren. We zeggen: “we beloven wel dat er iets uitkomt, maar we beloven niet wat er uitkomt”.’

Meijer geeft een voorbeeld van een project dat bij Twynstra Gudde terechtkwam. ‘Dat ging over omgevingsmanagement. Over de A9, die door de Bijlmer heenloopt’, vertelt hij. ‘Die moest worden verbreed en Rijkswaterstaat vroeg ons mee te denken over hoe de hinder beperkt kon worden.’ In een gangbaar traject zou er dan nog een aantal brieven met excuses worden verstuurd en zou worden geaccepteerd dat er veel hinder zal zijn. ‘Toen is social designer Tabo Goudswaard erbij gekomen en die heeft voorgesteld er een ‘tijdelijke economie’ van te maken’, vertelt Meijer. ‘Uit een onderzoek in de wijk was gebleken dat er veel problemen waren met onder andere werkloosheid en het vergaren van voldoende startkwalificaties. Hij besloot niet de hinder te gaan beperken, maar vanuit het bouwproject aan de slag te gaan met die thema’s. Dat is het project Buurbouw geworden. Het sloophout wordt gebruikt voor speeltoestellen in de buurt, jongeren die werden opgeleid tot beveiliger aan een ROC in de buurt mochten er stage lopen, en een lokale fotograaf mocht komen fotograferen en die foto’s werden weer op de hekken gehangen. Ook heeft Rijkswaterstaat een soort academie opgericht voor de kinderen om ze enthousiast te maken voor techniek. Zo komt het voor hen ook weer goed uit.’ Dit soort voorbeelden sterken Meijers geloof in dit soort samenwerkingen. ‘Al dit soort projecten zijn een gevolg van die nieuwe manier van kijken naar een project.’